De Renaissance (1300-1600) is een periode waarin je misschien eerder zult denken aan kunst dan aan koken. Zoals we echter weten, ís koken ook kunst. Rond de 16e  eeuw verandert er veel op culinair gebied, men begint koken namelijk daadwerkelijk ook te beschouwen als een kunstvorm, en de kok daarbij als creatief kunstenaar. De drie eerst gedrukte boeken in deze periode waren dan ook: de bijbel, muziekboeken en kookboeken.

Een kok die zijn kennis uit deze periode deelde, was de Italiaanse Bartolomeo Scappi, of hoe hij het zelf liever beschrijft: ‘’Het is een vanzelfsprekende plicht van de mensen, elkaar te helpen door de vruchten van de eigen arbeid in dienst te stellen van het algemeen nut en anderen te laten delen in wat men geleerd heeft door studie of ervaring, opdat zij profijt kunnen hebben van andermans kennis, daar niet iedereen in de gelegenheid is om zelf alles te leren wat men moet kunnen en weten in een mensenleven.’’

Bartolomeo Scappi is in dienst geweest van diverse Italiaanse kardinalen en van paus Pius V. In ruim negenhonderd recepten schetst hij tussen de regels door een suggestief beeld van het leven in en om het Vaticaan. Zijn recepten zijn gebundeld in Cuoco secreto.  In het Nederlands is dit onder bezielende leiding van Jonah Freud het boek: Koken voor Kardinalen geworden.

Dit boek toont het koken en eten in een periode waarin de katholieke kerk graag haar weelde en rijkdom toonde, onder andere door middel van eten.  Je vindt in het boek veel menu’s voor feestelijke banketten, zoals bijvoorbeeld vaak gedaan werd aan de oever van de Tiber. De gerechten spreken tot de verbeelding: rauwe truffels met zout en peper, pasteitjes gevuld met pijlstaartinktvisjes, kastelen van deeg gevuld met levende vogeltjes, in wijn bereidde stukken everzwijnvlees, inheemse pauwen met kruidnagels in hun borst, marsepeintaarten bestrooid met gesuikerde pijnboompitten en nog veel meer. In deze tijd werd het eten nog niet ”a la Russe” in gangen geserveerd, maar werd alles nog in immense hoeveelheden uitgestald en konden gasten kiezen.  Aan ingrediënten zoals amandelen, marsepein en rijst kun je de Oosterse invloeden aflezen. Ook vind je al tradionelere Italiaanse gerechten zoals een deeglap van ei en bloem in repen gesneden, oftewel: tagliatelle.

Naast overweldigende recepten en menu’s vind je in het boek ook een aantal mooie prenten die vooral als instructiemateriaal dienen. Bijvoorbeeld een prent over hoe een keuken ingericht dient te zijn en welk gereedschap je in de keuken gebruikt. Denk aan afbeeldingen van allerlei soorten pannen en schotels, drievoudige braadspitten en ingenieuze draaisystemen hierbij. ”De keuken moet licht zijn, goed gelucht, met grote en hoge schoorstenen’ schrijft hij. De keuken is volgens een belangrijke plek in huis, zoals een atelier dat is voor een kunstenaar.