Laat ik eerlijk zijn, pasta maken is best veel werk. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat het iets is wat je in een handomdraai doet. Wat je wel in een handomdraai doet? Een pak gedroogde spaghetti openmaken en in een pan kokend water gooien. Het vele werk is natuurlijk de moeite waard wanneer je een pastaslinger door je keuken ziet hangen of een portie perfect gegaarde tagliatelle op je bord vindt. Om dit zelf te bewerkstelligen zal ik je voorzien van wat tips.

  • Begin met het spannen van een droog-lijn door je keuken. Hier hoef je geen speciaal touw voor te gebruiken, zolang het maar sterk genoeg is en niet plakt. Wel strak spannen, anders gaat de pasta later schuiven en aan elkaar plakken. Er bestaan ook pasta-droog-rekjes, even handig, minder idyllisch.
  • Het maken van de saus. Afhankelijk natuurlijk van hoe lang een saus moet garen. Hoe langer het garen, hoe eerder je moet beginnen. Ragú moet bijvoorbeeld wel even terwijl verse pesto relatief snel klaar is. Het pasta-maak-proces heeft momenten van rust tussendoor, maar die vul ik liever door een glas wijn in te schenken en uit het raam te staren dan door in een razend tempo een saus te maken.
  • Kies voor specifiek meel voor pasta. Pastameel is wat fijner waardoor het kneden wat makkelijker zal gaan. In de winkel heet dit simpelweg “meel voor pasta” of “type 00” Dit combineer je met semola of griesmeel voor wat meer structuur het al dente Ik gebruik altijd 70% meel en 30% semola. Dus wanneer je 200 gram pasta maakt is dit 140 gram meel en 60 gram semola.
  • 1 ei per 100 gram totaal meel. Hier hoef je dus geen onderscheid te maken tussen meel of semola. Van de twee meelsoorten maak je een soort vulkaan op het aanrecht. Dit heb je vast vaker gezien in de meest cliché pastaverhalen. Grappig is dat wij in Florence bij kookles het kneden gewoon in een bak deden, wat ongetwijfeld ook prima is. Maargoed, op het topje van de vulkaan maak je een holletje. Let op dat deze groot genoeg moet zijn voor de eieren, als het uitloopt mag je alleen nog maar gedroogde pasta koken (nee hoor). Daar doe je per 100 gram 1 eetlepel olijfolie en twee grote mespunten zout bij. Nu komt het leukste. Je klutst de eieren, olie en zout in dat holletje tot er een soort roerei ontstaat, waar je steeds meer meel van de vulkaan bij pakt. Niet bang zijn dat je het niet goed doet, gewoon klutsen.
  • Kneden. Als je een mengsel van meel, ei, olie en zout hebt is het tijd om te kneden. Pastadeeg is best stug, dus schrik daar niet van. Als het wat te droog is kun je je handen nat maken. Het deeg moet alleen niet plakkerig worden. Wanneer een grote bal te moeilijk kneed, kun je er wat kleinere van maken, dat doe ik ook altijd.
  • Rust. Een belangrijk onderdeel, schijnt (ik weet eigenlijk niet precies waarom). Als je het deeg soepel gekneed hebt (let op het moet soepel en glad zijn, niet scheuren of afbrokkelen anders moet je je handen weer nat maken en even doorkneden). Kun je het deeg in folie verpakken en zo’n 10 minuten in de koelkast leggen, langer is ook goed. Nu is het dus tijd om even naar je saus te kijken, hier en daar wat te proeven of een glas wijn voor jezelf in te schenken.
  • Welke pastasoort wil je maken? Als je een pastamachine hebt (aan te raden), zijn tagliatelle, spaghetti, pappardelle of bladen voor ravioli of lasagne het makkelijkst te maken. Zonder pastamachine moet je wel een deegroller hebben, dan kun je het deeg dun uitrollen en de vorm verder snijden. Hang de pasta vervolgens te drogen over het de gespannen lijn.