Er is een tijd in mijn leven geweest dat ik een hekel had aan aardappels. Klinkt gek he? Maar ik heb nou eenmaal nooit echt een enorme liefde voor patat gehad en verder associeerde ik aardappels vooral met stamppot en droge, saaie AVG’tjes.

Inmiddels hebben we elkaar weer helemaal gevonden en gaat er geen zomerdiner voorbij dat ik geen frisse aardappelsalade maak met dille of een salade met yoghurt-bearnaise, Hollandse garnaaltjes en aardappeltjes. En ook de knapperige aardappeltjes uit de oven of gewoon een klassieke Nicoise zijn inmiddels favoriet.

Maar goed omdat we elkaar even uit het oog verloren, ging er ook bij mijn kennis over aardappels behoorlijk wat mis. Sterker nog, als je mij een paar jaar geleden had gevraagd naar de onderlinge verschillen, had ik het je niet kunnen vertellen. Dus onder andere voor mijn oude ik, besloot ik uit te zoeken hoe het nou ook al weer zat. Want lichtkruimig, kruimig, vastkokend en zetmeelrijk het kan soms best verwarrend zijn.

Lichtkruimig
Lichtkruimig is eigenlijk een allemans vriend. Je kan met deze aardappels bakken, frituren en koken. Ze zijn redelijk stevig.

Kruimige aardappels
Deze soort heb je nodig voor een puree of een stamppot. Ze zijn lekker zacht en vallen dus sneller uit elkaar.

Vastkokend
Vastkokende aardappels zijn heel lekker stevig en vallen dus niet uit elkaar. Ze zijn dus ideaal voor in salades. Voorbeelden van vastkokende aardappels zijn: Nicola, Opperdoezer ronde, ratte, roseval en bintjes. Je kan deze soorten lekker koken in de schil. Van deze soort aardappel heb ik zelf altijd wel een soort in huis voor die eerdergenoemde salades.

Zetmeelrijke aardappels
Zetmeelrijke aardappels zijn lichtkruimig en ideaal om mee te bakken en frituren. Deze aardappelsoorten worden dus graag gebruikt voor patat.

Verder is het ook goed om te weten dat er ook zoiets bestaat als nieuwe aardappels. Dat is net even anders dan bij haring weliswaar, maar desalniettemin kan een ‘nieuwe aardappel’ heel anders smaken dan een ‘oude’. Die nieuwe selectie wordt namelijk geoogst in juni, juli en augustus, terwijl de ‘oude’ aardappel pas (afhankelijk van de precieze soort) tussen september en december uit de grond wordt getrokken. Het verschil zit ‘m overigens vooral in het zetmeelgehalte. ‘Oude aardappels’ zijn net zo goed lekker en dus zeker niet minder vers dan de ‘nieuwe’.