Frank en Karin van Munster hebben elkaar jaren lang op de hoogte gehouden van hun (culinair georiënteerde) levens. Frank deed dit vanuit Puglia, Karin vanuit de Achterhoek. Het boek is eenvoudig ingedeeld  op seizoenen aan de hand van de brieven die Karin en Frank naar elkaar stuurden en compleet gemaakt met traditionele italiaanse recepten, soms met een Hollandse twist. Of het een kook- of leesboek is, is niet helemaal duidelijk maar als het lekker weg leest, wat maakt het uit? Wat ontzettend leuk is aan dit boek is dat je op een bijzondere manier veel kennis opdoet over de Italiaanse keuken en haar geheimen. Het voelt alleen niet zo omdat je gewoon schriftelijk contact volgt tussen een broer en zus.

Frans van Munster (1959) is auteur, olijfboer en cellist. Hij woont met zijn Italiaanse echtgenote in Puglia. Over zijn leven als Hollandse olijfboer te midden van Italianen schreef hij het boek “Lekkerissimo”. Samen met zijn zus Karin schreef hij voor ‘Vrij Nederland’ de wekelijkse culinaire rubriek ‘Fratello e Sorella’.
Karin van Munster (1957) is auteur en juf op een basisschool. Voor het ‘Algemeen Dagblad’ recenseerde ze hotels en restaurants onder het pseudoniem ‘De Dames Reiziger’. Karin woont afwisselend in Amsterdam en in de Achterhoek.

oms-fs-dummy

Beschrijving:
Twintig jaar geleden vertrok cellist Frans van Munster voor de olijvenpluk naar Puglia in Zuid-Italië. Hij werd niet alleen verliefd op de streek, maar ook op de Italiaanse Anna. Ze kochten een trullo (een soort iglo van stenen) en zetten er een groot fornuis in. Het leven kon beginnen. Frans bewerkte het land, perste druiven en olijven en schreef ondertussen aan zijn zus Karin over het leven als Hollandse olijfboer te midden van Italianen.

‘Onze plaatselijke roosteraar is zonder twijfel Tonino Zizzi, de boer die hier een paar kilometer vandaan woont. Laatst zaten we buiten bij hem voor het huis een beetje te kletsen, toen er een auto het erf op reed. Daar stapte Tonino Dolce uit. We noemen hem zo vanwege zijn zachte karakter. Hij vroeg me een handje te helpen, want in de kofferbak lag een groot, dood varken.’

En de zus schreef terug. Over lekker eten en koken. En over haar moestuin in de Achterhoek.

‘Gisteren kreeg ik telefoon van de buren verderop. Of ik alsjeblieft wat goudrenetten wilde komen halen. Hoezo alsjeblieft? Dolgraag! Even later stond ik in hun schuur en begreep waarom het verzoek had geklonken als een noodkreet. Waar ik ook keek zag ik appels. Zakken, emmers, kartonnen dozen vol. Oogst kan ook beklemmen.’