Familietradities zijn er in allerlei soorten. Toen Marysa Persijn een zakje met verschillende soorten gedroogde paddenstoelen voor me meenam vroeg ik waar ze deze vandaan had. Ze vertelde me dat haar familietraditie bestaat uit het zoeken van eetbare paddenstoelen in Frankrijk.

‘’Al sinds ik heel jong ben ga ik met mijn ouders paddenstoelen zoeken in Frankrijk. Mijn ouders begonnen er zo’n dertig jaar geleden mee en zijn nu zo ervaren dat ik zonder twijfel de paddenstoelen durf te eten die we plukken. Mijn vader heeft ontzettend veel gidsen. ‘De Grote Paddenstoelengids’ van Ewald Gerhardt is het boek dat hij het meest gebruikt. Ook het boek ‘Eetbare Paddenstoelen’ van Jens H. Petersen is een favoriet. Tenslotte is het boek ‘Paddenstoelen uit de keuken van Carluccio’ van Antonio Carluccio het mooiste boek, maar niet handig om het bos mee in te nemen. Ik, mijn ouders en broertje en soms wat aanhang gaan dan in een zeer oncharmante outfit het bos in. Denk aan wandelschoenen, regenjassen en een groot assortiment papieren tasjes en zakjes. Belangrijk is namelijk dat je de gevonden paddenstoelen niet kneust. In Frankrijk is het bos in gaan om paddenstoelen te zoeken veel ‘’normaler’’. Toen we een paar weken geleden naar onze geheime -dat dachten we tenminste- plek vertrokken zagen we een aantal andere auto’s staan. En ja hoor, er liepen allerlei paddenstoelenzoekers met manden. Er kwam een Fransman uit het bos met een grote mand met ont-zet-tend veel cantharellen. Natuurlijk vertelde hij niet waar hij deze gevonden had. Dat is nu eenmaal zo met het zoeken, iedereen heeft geheime plekken. Dat er een spelelement in zit zie je ook in het zoeken zelf. Het belangrijkste van eetbare paddenstoelen zoeken is het determineren. Daarvoor moet je al je zintuigen gebruiken. Allereerst kijk je naar de omgeving en de bomen, bepaalde paddenstoelen groeien op bepaalde plekken. Je kijkt vervolgens naar de hoed en de steel, de vorm, kleur, lamellen, ring, sporen en ga zo maar door. Maar naarmate je het langer doet word je daar steeds handiger in. Natuurlijk zijn er een aantal dodelijk, niet zo veel als men denkt. Over het algemeen word je van giftige paddenstoelen voornamelijk gewoon ziek of smaken ze ontzettend smerig. Voorzichtigheid is wel echt noodzakelijk. Mijn vader durft daar meer risico in te nemen dan mijn moeder.  Ook merk je dat je er een soort van verslaafd aan raakt en moeilijk kunt stoppen. Telkens denk je, maar misschien staat er om de hoek nog wel een fantastische paddenstoel. Bij thuiskomst gaat het determineren aan de keukentafel verder. Als ze door de keuring zijn gekomen maken we er een stoof van, of soepen, of taarten, eten we ze met pasta, of drogen we ze. De mogelijkheden zijn eindeloos. Het gros van wat we hebben geplukt zijn boleten. Soms vinden we cantharellen en heel soms eekhoorntjesbrood. Die vinden we het lekkerst maar daar zijn we helaas niet de enige in. Zowel mens als dier is daar ontzettend fan van. Het grappige is dat mijn ouders toen we terug waren een foto stuurden van een grote hoeveelheid beeldschone, vers gevonden eekhoorntjesbrood. Ze vertelden dat ze dit niet in Frankrijk maar hier in Nederland vonden, gewoon op een parkeerplaats vlakbij hun huis.”